Wat wil dit kabinet met zzp’ers?

 

Eén van de onvoltooide dossiers die dit kabinet heeft geërfd, is dat van de zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Er wordt gezocht naar een eerlijke risicoverdeling en de schijnzelfstandigheid moet worden aangepakt. Maar er is nog geen oplossing.

Met de huidige regels, verpakt in de Wet DBA, wil niemand verder. De beloofde zekerheid vooraf waarmee duidelijk moet worden of je zzp’er bent of niet, strandde in koudwatervrees bij opdrachtgevers die steeds minder zelfstandigen inhuurden.

Zij zijn bang dat de Belastingdienst achteraf aanslagen oplegt, omdat er toch sprake is van een vast dienstverband.

Het probleem is dat dé zzp’er niet bestaat. Daardoor is eenzijdig beleid onmogelijk. “Het is geen eenheidsworst”, zei minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken daarover. Hij werkt samen met staatssecretaris Menno Snel (Financiën) aan nieuw beleid.

Dat doen ze samen met betrokken organisaties uit ‘het veld’. In 2020 willen de bewindslieden dat er een nieuwe zzp-wet ligt. De contouren daarvan staan al in het regeerakkoord.

Dit kabinet ziet drie groepen zzp’ers:

Onderkant

Dit zijn de schijnzelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Werkgevers hebben deze werknemers eigenlijk gewoon in dienst, maar door ze als zelfstandigen in te huren, hoeven ze geen belastingen en premies af te dragen.

Dat is goedkoop voor de werkgever, maar de opdrachtnemer houdt vanwege het lage uurloon te weinig geld over voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering en bouwt ook geen collectief pensioen op.

Dat moet stoppen, vindt dit kabinet. Daarom wordt voor zzp’ers bepaald dat zij gewoon recht hebben op een vast contract wanneer ze een laag uurloon krijgen en langer op deze manier werken. Dit geldt ook in het geval van een laag uurloon in combinatie met werkzaamheden die lijken op een vast dienstverband.

Bij 15 tot 18 euro is er sprake van een laag uurloon. Je zou deze maatregel daarom ook kunnen zien als de invoering van een minimumtarief voor zzp’ers. Vanaf drie maanden is sprake van een langere arbeidsduur.

Bovenkant

De tweede groep zelfstandigen zit juist aan de bovenkant. Zij zijn automatisch zzp’ers als ze in ieder geval 75 euro per uur verdienen en niet langer dan een jaar bij een opdrachtgever werken.

Werkgevers hoeven in dat geval niet te vrezen voor naheffingen van de Belastingdienst. Gezien de verdiensten is hier geen sprake van een kwetsbare groep, het kabinet verwacht bij deze groep dan ook niet veel problemen.

De middengroep

Het wordt pas ingewikkeld voor de zzp’ers die tussen de onderkant en de bovenkant zitten. Zij gaan met een opdrachtgeversverklaring werken zodat opdrachtgevers van tevoren zeker weten dat ze met zzp’ers te maken hebben en dus geen belastingen en premies hoeven af te dragen.

Die verklaring krijgen werkgevers via een webmodule waarbij ze vragen over de aard van de werkzaamheden moeten invullen.

Veel hangt daarbij af van de gezagsverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Als die duidelijk aanwezig is, is er geen sprake van zzp-schap en heb je recht op een vast dienstverband.

Bron: http://www.nu.nl

Voortman Administratie & Advies